Vacht Verzorging
De prachtige, zachte vacht van een Australian Labradoodle vraagt om de nodige aandacht. Het is geen ras waarbij je de vacht alleen af en toe even hoeft te borstelen.
Labradoodles lijken geen haar te verliezen maar dat doen ze eigenlijk wel. Alleen blijven die losse haren dus achter in de vacht.
Doordat bij een Labradoodle, losgekomen haren niet zo gemakkelijk uit de vacht vallen maar in de krullen blijven hangen waar ze in elkaar draaien, krijgen Labradoodles sneller klitten dan rassen met een kortere of gladdere vacht. Vooral op plekken met meer wrijving zoals oksels, liezen, achter de oren, onder de kin, bij de achterkant (de broek) en op plekken waar het tuigje zit, daar ontstaan sneller klitten. Door de wrijving op die plekken haken de loszittende haren in elkaar wat dus de klitten veroorzaakt.
Goede vachtverzorging voorkomt klitten, vervilting en een pijnlijke huid en zorgt ervoor dat de mooie vacht in goede conditie blijft.
Wij adviseren om je Australian Labradoodle ongeveer iedere 8 weken naar een goede trimsalon te brengen. Daar kan de vacht professioneel worden gewassen, geföhnd, uitgeborsteld en bijgeknipt.
Daarnaast is het belangrijk om de vacht ook thuis goed bij te houden. Wij vinden het prettig om onze honden ongeveer eens per maand te wassen en daarna goed te föhnen. Een schone vacht klit minder snel en tijdens het föhnen wordt de vacht niet alleen mooi droog, maar kun je ook makkelijker door de vacht heen borstelen en eventuele beginnende klitten ontdekken.
Voor het wassen gebruiken wij de producten van Cowboy Magic. De Rosewater Shampoo, Rosewater Conditioner en de Detangler & Shine
Voor het borstelen en kammen gebruiken we een slickerborstel met een breedte van 9 cm (zit in onze puppypakketten) en een enkele Activet. Meestal groen (deze is wat zachter) en soms rood (voor ernstige klitten).
En we gebruiken een kam met een grove en fijne kant (deze zit ook in het puppypakket). En soms wanneer we vachten wat langer willen houden gebruiken we een poedelkam met extra lange tanden.
Voor het knippen van de haartjes bij de oogjes, voetzooltjes en de billen gebruiken we een rechte schaar en een enkele effileer schaar. Beide het liefst in de maat 6.5 inch
Voor het drogen gebruiken we bij pups een goede handföhn met verschillende standen voor harder/zachter en temperatuur. Als de pup wat ouder is en aan het föhnen gewend is dan kun je voorzichtig over gaan op een krachtige waterblazer.
Leer je pup het borstelen rustig aan Begin hier al vanaf jonge leeftijd mee. Het doel is niet dat je pup in het begin een kwartier stil moet blijven staan. Het doel is dat hij leert: op tafel staan, aangeraakt worden, geborsteld worden en verzorgd worden is heel normaal. Zet de pup op een stevige, veilige tafel met een antislipmat. Blijf er altijd bij en laat een jonge pup nooit alleen op tafel. Stap 1 – wennen aan de tafel Zet je pup kort op tafel en geef hem de gelegenheid om rustig om zich heen te kijken. Beloon rustig gedrag met je stem of een klein beloninkje. In het begin hoeft er nog helemaal niet geborsteld te worden. Stap 2 – aanraken Raak rustig de poten, oren, staart, buik en het hoofd aan. Ga met je handen door de vacht. Zo leert je pup dat hij overal aangeraakt mag worden. Stap 3 – kennismaken met de borstel Laat de slickerborstel eerst even zien en ruiken. Begin daarna met een paar zachte bewegingen op een makkelijk plekje, bijvoorbeeld op de rug. Beloon wanneer je pup rustig blijft. Stap 4 – steeds iets langer Bouw de borstelsessies langzaam uit. Eerst misschien één minuut, later een paar minuten. Stop liever terwijl het nog goed gaat dan wanneer je pup het zat is. Stap 5 – laag voor laag borstelen Dit is heel belangrijk bij een doodlevacht. Til met één hand een klein stukje vacht op en borstel met de andere hand de vacht laag voor laag vanaf de huid naar buiten. Werk zo stukje voor stukje door de hele hond heen. Alleen even over de bovenkant van de vacht gaan is niet voldoende voor de volwassen vacht. Je moet uiteindelijk met de kam vanaf de huid door de volledige vacht kunnen komen. Stap 6 – ook de lastige plekken oefenen Vergeet de plekken niet die later extra verzorging nodig hebben: achter de oren, onder de oksels, bij de liezen, tussen de voorpoten, rondom de hals en bij de staart. Juist daar moet je pup leren dat borstelen normaal is. Stap 7 – wennen aan de föhn Ook de föhn kun je rustig aanleren. Begin met de föhn op afstand en op een lage, aangename stand. Laat je pup wennen aan het geluid en beloon rustig gedrag. Bouw daarna langzaam op. Een doodle die gewend is aan föhnen, maakt het verzorgen van de vacht een stuk gemakkelijker. Maak van de verzorging geen worsteling. Rust, geduld en herhaling werken veel beter dan je pup dwingen om langdurig stil te staan. Een paar korte, positieve oefenmomenten zijn voor een jonge pup veel waardevoller dan één lange borstelbeurt. Een Labradoodle die van jongs af aan leert dat borstelen, wassen, föhnen en naar de trimsalon gaan er gewoon bij horen, zal hier later veel gemakkelijker mee omgaan. Vachtverzorging is geen luxe bij een Australian Labradoodle, maar een vast onderdeel van de verzorging en het welzijn van je hond. Linkjes van de producten die we zelf gebruiken, komen op de pagina "Checklist Puppy Uitzet"
Wassen en föhnen Wij wassen onze Australian Labradoodles gemiddeld één keer per maand. Een schone vacht klit namelijk veel minder snel dan een vacht die vuil en vet is. Regelmatig wassen draagt daarom niet alleen bij aan een frisse, gezonde vacht, maar maakt ook het borstelen en doorkammen gemakkelijker. Wij gebruiken zelf de shampoo en conditioner van Cowboy Magic. Uiteraard zijn er ook andere goede merken die producten hebben die geschikt zijn voor de vacht en huid van de Australian Labradoodle. 1. De shampoo Begin met het goed nat maken van de vacht met lauw tot warm water. Zorg ervoor dat de vacht helemaal door en door nat is voordat je de shampoo aanbrengt. Verdeel de shampoo over de vacht en masseer deze rustig door de vacht heen. Spoel de shampoo vervolgens grondig uit. Werk hierbij van boven naar beneden: begin bij het hoofd en werk vervolgens via de nek, rug en buik naar de benen. Het is belangrijk om het hoofd niet als laatste te wassen en uit te spoelen. Als je het hoofd als laatste doet, loopt de uitgespoelde shampoo namelijk weer door de rest van de vacht. Wanneer de hond erg vies is, kun je de shampoo na het grondig uitspoelen nog een tweede keer aanbrengen. Is de vacht schoon, dan kun je doorgaan met de conditioner. 2. De conditioner Wanneer alle shampoo goed is uitgespoeld, verdeel je de conditioner over de hele vacht. Hoe lang de conditioner moet intrekken, verschilt per merk. Kijk daarom altijd naar de gebruiksaanwijzing van het product. Na de aangegeven inwerktijd spoel je de conditioner weer grondig uit. Ook hierbij werk je van boven naar beneden: begin bij het hoofd en werk via de nek, rug en buik naar de benen. Neem de tijd om de conditioner goed uit te spoelen. Restjes product die in de vacht achterblijven, kunnen de vacht verzwaren en ervoor zorgen dat vuil zich sneller hecht. 3. Het overtollige water verwijderen Na het uitspoelen wring je met je handen voorzichtig het overtollige water uit de vacht. Dit is vooral bij de pootjes handig, omdat daar veel water in kan blijven zitten. Daarna dep je de vacht met een handdoek verder droog. Wrijf niet hard met de handdoek door de vacht, want daardoor kan de vacht gemakkelijker in de war raken en gaan klitten. 4. Detangler Wanneer de vacht handdoekdroog is, gebruik ik de Detangler & Shine van Cowboy Magic. Doe een paar druppels op je handen, verdeel het product goed over je handen en werk het vervolgens door de vacht. De detangler maakt de vacht niet alleen beter doorkambaar, maar helpt ook om de vacht tijdens het föhnen sneller te laten drogen. 5. Het drogen De vacht kan worden gedroogd met een handföhn of een waterblazer. Voor pups en de kleinste maat Australian Labradoodles gebruik ik zelf liever een handföhn, omdat deze wat rustiger en beter te doseren is. Het is belangrijk om de vacht niet zomaar aan de lucht te laten opdrogen. De haren drogen dan vaak op in kleine strengetjes of plukjes, waardoor de vacht sneller gaat klitten. Tijdens het föhnen of blazen werk je de vacht daarom steeds een beetje open. Blaas de vacht goed droog en borstel hem tussendoor regelmatig even door. Zo blijven de haren mooi los van elkaar en kan de vacht luchtig opdrogen. Een vacht die volledig droog, los en goed doorgeborsteld is, zal veel minder snel gaan klitten. Goed wassen én goed droogblazen zijn daarom een belangrijk onderdeel van de vachtverzorging van een Australian Labradoodle.
Borstelen, kammen en klitten Het prettigst is om een schone, goed geföhnde vacht te borstelen en te kammen. Wanneer de vacht wat voller of langer is, kan het daarom verstandig zijn om je Australian Labradoodle eerst te wassen en goed te föhnen. Een schone en geföhnde vacht laat zich namelijk veel gemakkelijker verzorgen. Een Australian Labradoodle borstel je, afhankelijk van de lengte van de vacht, ongeveer één keer per week tot één keer per twee weken. Hoe langer de vacht, hoe vaker dit nodig kan zijn. Borstelen doe je in laagjes Welke vacht je ook hebt – Wool, Curly Fleece of Fleece – de manier van borstelen en kammen is in principe hetzelfde. Je borstelt altijd in laagjes, zodat je zeker weet dat je helemaal tot op de huid komt. Je begint onderaan en werkt langzaam naar boven: Til een deel van de vacht op en borstel met de slickerborstel het onderste laagje zorgvuldig door. Schuif vervolgens steeds een stukje omhoog en neem telkens een nieuw laagje mee. Werk zo systematisch door de hele vacht, zodat je geen stukken overslaat. Het is belangrijk dat je niet alleen over de bovenkant van de vacht borstelt. Daarmee kan de vacht er aan de buitenkant mooi uitzien, terwijl er vlak bij de huid toch klitten zitten. Zelf begin ik meestal met het lichaam, daarna de benen, de staart en als laatste het hoofd. Daarna komt de kam Wanneer de hele vacht met de slickerborstel is doorgeborsteld, pak je de kam erbij. Het liefst gebruik je een kam zoals de kam die wij in het puppypakket meegeven, met een grove en een fijne kant. Controleer de vacht eerst met de grove kant van de kam en daarna met de fijne kant. Kun je de kam soepel door de hele vacht halen, dan is de vacht klitvrij. Blijft de kam ergens hangen, dan zit er op die plek waarschijnlijk een knoopje of klit. Een klit verwijderen Een klein klitje kun je vaak gemakkelijk zelf verwijderen. Een beetje Cowboy Magic Detangler op de klit kan helpen om de haren gladder en beter handelbaar te maken. Daarna borstel je de klit beetje bij beetje uit met de slickerborstel. Bij een hardnekkigere klit kun je ook een groene of rode Activetborstel gebruiken. Deze heeft langere tanden, waardoor je wat dieper in de vacht kunt komen dan met een gewone slickerborstel. Neem rustig de tijd en trek niet hard aan de klit. Werk steeds een klein stukje uit. Wanneer de klit is uitgeplozen, controleer je die plek opnieuw met de kam. Begin eerst met de punt van het grove gedeelte, daarna met de hele grove kant en als laatste met de fijne kant. Een hardnekkige klit Soms is een klit zo stevig dat uitborstelen erg lastig of pijnlijk wordt. In dat geval kan het soms beter zijn om de klit voorzichtig met een schaar door te knippen. Let hierbij heel goed op: knip nooit zomaar in de richting van de huid. Klitten kunnen namelijk direct tegen de huid aan zitten. Het is daardoor heel gemakkelijk om per ongeluk in de huid te knippen en een wondje te veroorzaken. Als je niet zeker weet hoe je dit veilig kunt doen, vraag dan je trimsalon om het een keer voor te doen. Een goede trimmer kan je ook laten zien hoe je een lastige klit het beste kunt aanpakken. Wanneer je de kam helemaal soepel door de volledige vacht kunt halen, weet je dat de borstel- en kambeurt klaar is. Op deze manier voorkom je niet alleen klitten, maar leer je je hond ook dat vachtverzorging iets normaals en prettigs is.
Vachtfasen De vacht van een Australian Labradoodle verandert gedurende de eerste jaren behoorlijk. We kunnen grofweg drie verschillende fasen onderscheiden. Iedere fase vraagt om een iets andere manier van vachtverzorging. 1. De puppyvacht – vanaf de geboorte tot ongeveer 6 maanden De puppyvacht is meestal de gemakkelijkste fase om te onderhouden. Zolang de vacht schoon en goed verzorgd is, ontstaan er doorgaans nog niet snel klitten. Dit is daarom ook de ideale periode om je pup op een rustige en positieve manier te laten wennen aan borstelen en kammen. Omdat de vacht nog weinig klit, kan dit vrijwel pijnloos worden aangeleerd. Zo leert je pup dat vachtverzorging iets normaals en prettigs is. 2. De vachtwissel – ongeveer vanaf 6 tot 24 maanden De vachtwissel is meestal de meest intensieve periode als het om vachtverzorging gaat. Wanneer de puppyvacht plaatsmaakt voor de volwassen vacht, verandert de structuur van de vacht en kunnen er veel sneller klitten ontstaan. Het moment waarop de vachtwissel begint, verschilt per hond. Bij de ene Australian Labradoodle begint dit al rond de 6 maanden, terwijl het bij een andere hond pas rond het eerste levensjaar duidelijk merkbaar wordt. Tijdens deze periode is het verstandig om de vacht wat korter te laten knippen bij een trimsalon. Een kortere vacht is tijdens de vachtwissel veel gemakkelijker goed te onderhouden en klitvrij te houden. In deze fase is minimaal één keer per week grondig borstelen en doorkammen belangrijk. Bij een langere vacht of een hond die snel klit, kan het zelfs nodig zijn om dit vaker te doen. 3. De volwassen vacht – vanaf ongeveer 18 tot 24 maanden Wanneer de vachtwissel achter de rug is, wordt de vachtverzorging meestal weer wat gemakkelijker. De volwassen vacht heeft een stabielere structuur en kan, afhankelijk van de vachtkwaliteit en de gewenste lengte, weer wat langer worden gehouden. Ook in deze fase blijft regelmatig onderhoud belangrijk. Voor de meeste honden is één keer per week goed borstelen en doorkammen voldoende. Bij een kortere vacht of een vacht die weinig klit, kan één keer per twee weken soms ook volstaan. Een goede vachtverzorging voorkomt niet alleen klitten, maar zorgt er ook voor dat je hond comfortabel blijft en dat het borstelen voor zowel hond als eigenaar een prettig onderdeel van de verzorging blijft.
Trimmen Wij adviseren om je Australian Labradoodle ongeveer elke 8 weken te laten trimmen bij een goede trimsalon die ervaring heeft met Australian Labradoodles. Regelmatig trimmen helpt om de vacht gezond en goed bij te houden en voorkomt dat klitten steeds verder kunnen vervilten. Klitten kunnen bovendien pijnlijk zijn en ook tussen de voetzooltjes ontstaan, waardoor lopen onaangenaam kan worden. Tussen de trimbeurten door is het goed om elke 2 weken de haartjes voor de ogen in de ooghoeken weg te knippen. Dan prikken de haartjes niet in de ogen en de hond kan weer beter kijken. Ook de haartjes onder de staart over de anus kun je het beste elke 2 weken kort knippen. Dan kan er geen ontlasting in blijven hangen wanneer de ontlasting een keer wat zachter is. De haartjes onder de voetzooltjes wegknippen is even oefenen omdat niet elke pup/hond makkelijk zijn voetjes geeft en je moet ook goed kijken om niet in de zooltjes te knippen. Maar als je het korter knipt heeft de pup/hond wel meer grip met lopen. Er zijn ook veel baasjes die ervoor kiezen om een workshop te volgen en hun eigen doodle helemaal zelf te leren knippen. Dat kan ontzettend leuk zijn en bovendien een mooie manier om samen bezig te zijn en de band met je hond verder op te bouwen. Ook wanneer je ervoor kiest om zelf te knippen, adviseren wij wel om ongeveer iedere 8 weken de vacht bij te werken. Daarnaast kan het fijn zijn om ongeveer twee keer per jaar een professionele trimbeurt in te plannen. Een ervaren trimmer kan je doodle dan niet alleen netjes in model brengen, maar ook grondig controleren op zaken zoals de nagels, oren en voetzooltjes. Zo houd je samen niet alleen de vacht, maar ook de algehele verzorging goed in de gaten.

Gebruik van de waterblazer Een waterblazer is niet alleen handig om je hond na het wassen te drogen. Je kunt hem ook gebruiken op een droge vacht. Door de vacht met de waterblazer open te blazen, kun je goed zien of er ergens klitten zitten. Daarnaast helpt het regelmatig doorblazen van de vacht om losse haren van elkaar te scheiden en kan het bijdragen aan het voorkomen van klitten. Na een wandeling is de waterblazer ook ideaal om zand, blaadjes, gras en andere viezigheid uit de vacht te blazen. Zeker bij een lange, volle Labradoodle-vacht kan dit veel borstelen en kammen schelen. Wij gebruiken de waterblazer na een wandeling ook graag om de vacht en huid van onze honden te controleren op teken. Door de vacht goed open te blazen, kun je teken die nog los in de vacht zitten gemakkelijker zien en ze er buiten uitblazen voor ze zich vast bijten.





